ECLI:NL:RVS:2019:2207
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E.A. Minderhoud
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor functiewijziging agrarisch perceel naar tuin
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal verleende op 22 augustus 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het wijzigen van het gebruik van een agrarisch perceel naast zijn woning in Beneden-Leeuwen naar tuin. Omwonenden, appellanten, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat de aanvraag niet voldeed aan indieningsvereisten, het aanwijzingsbesluit onjuist was toegepast, en dat het besluit onredelijk was vanwege ruimtelijke en milieutechnische bezwaren.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de aanvraag voldoende was onderbouwd en dat het college terecht het aanwijzingsbesluit van de gemeenteraad toepaste, waardoor geen verklaring van geen bedenkingen vereist was. Tevens was het college niet verplicht het ontwerpbesluit opnieuw ter inzage te leggen.
Verder stelde de Afdeling vast dat het college binnen zijn beleidsruimte en redelijkheid een ruimtelijk aanvaardbaar oordeel kon geven, mede gelet op de ligging in een lintbebouwing en de beperkte omvang van het perceel. De bezwaren over afwatering, woon- en leefklimaat en verkeerssituatie werden onvoldoende onderbouwd geacht om het besluit te vernietigen. Ook het college mocht geen voorschriften verbinden die vergunningvrij bouwen of ophoging zouden verbieden.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.