ECLI:NL:RVS:2019:2221
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening zorg- en huurtoeslag op grond van gewijzigde inkomensgegevens
Het hoger beroep betreft de uitspraak van 19 oktober 2018 van de rechtbank Midden-Nederland, waarin het beroep van appellant tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 26 februari 2018 ongegrond werd verklaard.
De inspecteur van de Belastingdienst stelde bij beschikking van 29 september 2017 het niet in Nederland belastbaar inkomen van appellant over 2016 vast. Op basis hiervan herzag de Belastingdienst/Toeslagen bij besluit van 10 november 2017, bevestigd op 26 februari 2018, de eerder toegekende zorg- en huurtoeslag en legde terugvordering op van te veel ontvangen toeslagen.
De Afdeling overweegt dat de Belastingdienst/Toeslagen gehouden is de inkomensgegevens van de inspecteur te volgen bij het bepalen van de draagkracht. De herziening van de toeslagen is verplicht op grond van artikel 20, eerste lid, van de Awir bij wijziging van inkomensgegevens. De financiële situatie van appellant, ondanks het hogere inkomen, is geen relevante omstandigheid voor de besluitvorming. Terugvordering is verplicht op grond van artikel 26 Awir Pro, zonder mogelijkheid tot matiging, al kan appellant een betalingsregeling aanvragen.
De Afdeling bevestigt derhalve de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van toeslagen wordt bevestigd.