ECLI:NL:RVS:2019:2222
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 november 2016 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan de vreemdeling ingetrokken met terugwerkende kracht per 5 december 2015. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 30 januari 2018 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J.Th. Drop op 3 juli 2019.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de intrekking van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.