Uitspraak
Datum uitspraak: 5 juni 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 8 december 2016 een vergunning voor een biomassacentrale in Lochem, waarbij werd verwezen naar het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de bijbehorende passende beoordeling. Appellanten Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning niet op grond van de PAS-beoordeling kon worden verleend omdat deze niet voldoet aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:1603) dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. Gelet hierop kon het college de vergunning niet baseren op deze passende beoordeling. Hierdoor is het besluit in strijd met de artikelen 19e en 19f van de Natuurbeschermingswet 1998 genomen.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit. Tevens werd het college van gedeputeerde staten van Overijssel veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellanten. Voor het alsnog te nemen besluit is de Wet natuurbescherming van toepassing en is het college van gedeputeerde staten van Gelderland bevoegd. Het bevoegd gezag dient een nieuwe procedure te starten met een ontwerpbesluit en terinzagelegging.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de biomassacentrale wordt vernietigd wegens strijd met de Habitatrichtlijn.