ECLI:NL:RVS:2019:2283
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring na gewelddadig incident en woonsituatie
De zaak betreft het hoger beroep van een vrouw die een urgentieverklaring had aangevraagd nadat zij haar woonruimte verloor door een gewelddadig incident met haar ex-partner. Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar wees dit verzoek af, omdat zij naar oordeel binnen zes maanden passende woonruimte kan vinden, bijvoorbeeld via crisisopvang of kamerverhuur. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarbij werd overwogen dat crisisopvang een passende woonruimte is en dat medische belemmeringen onvoldoende waren aangetoond.
De vrouw voerde in hoger beroep aan dat crisisopvang alleen buiten de regio mogelijk is en dat kamerverhuur vanwege haar psychische gesteldheid, bedreigingen en het niet mogen meenemen van huisdieren geen reële optie is. Ook betoogde zij dat het medisch advies onvoldoende rekening hield met haar woonsituatie. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank en het college terecht hadden geoordeeld dat zij niet voldeed aan de urgentie-eisen, mede omdat de vrouw onvoldoende aannemelijk maakte dat passende woonruimte binnen zes maanden niet mogelijk is.
Verder werd overwogen dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat geen onbillijkheid van overwegende aard is aangetoond. Het medisch advies gaf geen causaal verband tussen woonsituatie en psychische klachten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.