ECLI:NL:RVS:2019:2296
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot proceskostenvergoeding na onzorgvuldige procedure bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 2 mei 2019 wees de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juni 2019 de beroepen ongegrond verklaarde. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank had geconstateerd dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door een medisch advies pas na het nader gehoor in te winnen, maar had de staatssecretaris niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding. De Raad van State oordeelde dat deze handelwijze inderdaad onzorgvuldig was en dat de rechtbank de staatssecretaris had moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die bij vreemdeling 1 waren opgekomen.
De overige grieven van de vreemdelingen werden niet gegrond verklaard omdat deze geen algemene rechtsvragen opriepen. Het hoger beroep werd kennelijk gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof, en voor het overige bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van € 1.536 aan proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens onzorgvuldige procedure bij afwijzing verblijfsvergunning asiel.