ECLI:NL:RVS:2019:2297
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vervallenverklaring paspoort wegens alimentatieschuld
De burgemeester heeft het paspoort van verzoeker vervallen verklaard op grond van een alimentatieschuld die door het LBIO in het Register Paspoortsignalering is opgenomen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen dit besluit, maar deze zijn ongegrond verklaard door de burgemeester en de rechtbank. Verzoeker stelde dat hij aan de betalingsverplichtingen volgens nadere afspraken uit 2014 had voldaan en dat het vervallen verklaren van het paspoort onevenredig was, mede vanwege zijn belang om met zijn gezin naar Bangkok te reizen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het standpunt van de burgemeester dat de oude vordering niet was vervallen, niet onjuist was. Verzoeker had in de periode augustus 2017 tot en met maart 2018 geen betalingen verricht, wat in zijn risicosfeer lag. Ook het argument dat de signalering onterecht was omdat in 2016 wel werd betaald, kon verzoeker niet baten.
Hoewel het belang van verzoeker bij het beschikken over het paspoort groot is, vond de voorzieningenrechter het niet onevenredig om de voorlopige voorziening te weigeren. Dit mede omdat verzoeker zich lange tijd niet aan zijn verplichtingen had gehouden en het risico bestond dat hij zich bij vertrek naar Thailand aan zijn alimentatieverplichtingen zou onttrekken. De hoofdzaak zou binnen enkele maanden worden behandeld, waardoor spoed bij de voorlopige voorziening niet gerechtvaardigd was.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om het paspoort te mogen gebruiken wordt afgewezen.