ECLI:NL:RVS:2019:2312
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-behandeling asielaanvragen wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvragen van de vreemdelingen niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze niet-behandelingsbesluiten gegrond en vernietigde deze besluiten.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling overwoog dat de overdrachtstermijn aan Italië op 27 mei 2019 liep en dat deze termijn door een voorlopige voorziening van de voorzieningenrechter op 24 mei 2019 was opgeschort.
De Afdeling stelde vast dat de door de Italiaanse autoriteiten gestelde voorwaarden voor overdracht geen reden vormen om de overdracht niet uit te voeren. Verder wees de Afdeling op een eerdere uitspraak waarin de opvang van gezinnen met minderjarige kinderen in Italië na overdracht werd beoordeeld. Omdat er geen verdere beroepsgronden waren, verklaarde de Afdeling de beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.