ECLI:NL:RVS:2019:2313
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen plaatsingsplan inzamelcontainers Hengelo
Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo stelde op 9 januari 2018 een plaatsingsplan vast voor de locatie van ondergrondse en bovengrondse afvalcontainers in de gemeente. Appellant, wonend in een stapelbouwwoning, voerde aan dat de dichtstbijzijnde ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) te ver van haar woning was geplaatst, met name vanwege een loopafstand van circa 270 meter over een grindpad en houten brug, en het oversteken van een drukke weg zonder zebrapad.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de afstand minder dan de door het college gehanteerde gemiddelde brengafstand van 250 meter bedroeg, namelijk ongeveer 205 meter, en dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze. Ook de verkeersveiligheid en mogelijke gladheid in de winter waren onvoldoende om het besluit aan te merken als onredelijk. Appellant stelde ook dat de containers voor oud papier, karton, kunststofverpakkingen, drankenkartons en blik te ver waren geplaatst, maar ook hiervoor werd geen aanleiding gezien om het besluit te wijzigen.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het college bood ook alternatieven zoals keuzecontainers aan voor inwoners die geen gebruik kunnen maken van de ORAC’s. Tevens is een toekomstige plaatsing van een ORAC dichter bij de woning van appellant voorzien.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan inzamelcontainers wordt ongegrond verklaard.