ECLI:NL:RVS:2019:2316
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Hoekstra
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Den Burg wegens onvoldoende regeling ontsluiting en bedrijfswoningdefinitie
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 10 juli 2019 uitspraak gedaan over beroepen tegen het bestemmingsplan 'Den Burg' van de gemeente Texel. In een eerdere tussenuitspraak van december 2018 werd de raad opgedragen gebreken in het bestemmingsplan te herstellen, met name omtrent de ontsluiting van woningen via de Marsweg en Kadijksweg en de definitie van bedrijfswoning.
De raad stelde in februari 2019 een herstelbesluit vast waarin de ontsluiting werd beperkt tot maximaal drie gemeenschappelijke ontsluitingen en de definitie van bedrijfswoning werd aangepast. De Afdeling oordeelde dat de raad met het herstelbesluit de gebreken omtrent de ontsluiting voldoende had hersteld, mede op basis van een verkeersrapportage die geen onaanvaardbare verkeersveiligheidsproblemen voorzag.
Echter, het oorspronkelijke bestemmingsplan werd vernietigd voor zover het geen regeling bevatte ter beperking van de ontsluitingen en de bedrijfswoningdefinitie onzorgvuldig was voorbereid. De beroepen tegen het herstelbesluit werden ongegrond verklaard, aangezien appellanten geen belang hadden bij verdere beoordeling daarvan.
De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering en adequate regeling bij bestemmingsplannen, vooral omtrent verkeersontsluiting en definities die gevolgen hebben voor het gebruik van gronden.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Den Burg wordt vernietigd voor onvoldoende regeling van ontsluitingen en onzorgvuldige bedrijfswoningdefinitie; het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard.