ECLI:NL:RVS:2019:2317
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvullende uitkering uit Schadefonds Geweldsmisdrijven
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een aanvullende uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een mishandeling op 7 september 2013, waarbij hij lichamelijk en psychisch letsel opliep. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) kende aanvankelijk een uitkering toe volgens letselcategorie 3, en later een aanvullende uitkering van € 1.000 toe volgens letselcategorie 4 (oud).
Appellant stelde dat zijn psychisch letsel ernstiger was en dat hij aanspraak maakte op een hogere uitkering volgens letselcategorie 5. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overwoog dat de CSG uit coulance categorie 4 toepaste en dat er geen objectieve medische gegevens waren die een hogere categorie rechtvaardigen.
Het beroep van appellant faalt omdat zijn stelling onvoldoende onderbouwd is met objectieve gegevens. De Afdeling ziet geen reden om het eerdere besluit te wijzigen en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen hogere aanvullende uitkering ontvangt.