ECLI:NL:RVS:2019:2325
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning en opdracht tot nieuw besluit
Kess Corporation N.V. verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een omgevingsvergunning voor het omzetten van het gebruik van de begane grond van detailhandel naar horeca op het perceel Jan Pieter Heijestraat 84. Het college weigerde deze vergunning bij besluit van 24 maart 2016 en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 23 mei 2017.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van Kess Corporation gegrond, vernietigde het besluit van 23 mei 2017, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Kess Corporation stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de weigering niet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en gaf het college opdracht het gebrek te herstellen. Het college heeft echter niet binnen de gestelde termijn een nieuw besluit genomen of het besluit gemotiveerd.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten, en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens is een dwangsom opgelegd voor het geval het college in gebreke blijft en is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen onder dwangsom.