ECLI:NL:RVS:2019:2339
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving parkeerterrein en herplantplicht in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Aalten legde aan [partij] dwangsommen op voor het verwijderen van een deel van een parkeerterrein dat in strijd is met het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2015" en voor het planten van zwarte elzen en inheems bosplantsoen vanwege een herplantplicht. De rechtbank verklaarde de beroepen van [partij] tegen deze besluiten gegrond en vernietigde de besluiten. Het college en [partij] gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college bevoegd is tot handhaving, maar dat het college aan [partij] een toezegging heeft gedaan om niet handhavend op te treden tegen het parkeerterrein voordat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Dit gewekte vertrouwen weegt zwaarder dan het belang van appellant die overlast ervaart. Daarom is het handhavend optreden tegen het parkeerterrein onevenredig en bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank hierover.
Ten aanzien van de herplantplicht is de Afdeling van oordeel dat de toezegging niet ziet op de handhaving van deze plicht. De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de beroepen tegen de herplantplichtbesluiten gegrond verklaart en de besluiten vernietigt. Het beroep van [partij] tegen de herplantplichtbesluiten wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelt verder dat de invordering van de dwangsommen rechtmatig is, ondanks enkele procedurele fouten die niet tot schending van belangen hebben geleid. Tot slot veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht voor appellant.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de herplantplichtbesluiten ongegrond, bevestigt het overige en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.