ECLI:NL:RVS:2019:2341
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplanwijziging Zuidpolder fase 2.1 met agrarische bestemming
De raad van de gemeente Barendrecht stelde op 3 juli 2018 het bestemmingsplan "Zuidpolder fase 2.1" vast, waarbij een deel van de gronden van een tuinbouwbedrijf werd gewijzigd van een natuurbestemming naar een agrarische bestemming. Het bedrijf stelde beroep in tegen deze wijziging omdat zij meende dat de agrarische bestemming niet passend was gezien de omgeving en de schade door fauna en waterpeil.
De raad voerde aan dat de agrarische bestemming in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, mede omdat natuurontwikkeling financieel niet haalbaar is en het agrarisch gebruik het feitelijke gebruik weerspiegelt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat de vennoten van de vennootschap onder firma eerder een zienswijze hadden ingediend.
De Afdeling stelde vast dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de agrarische bestemming passend is, mede gezien het bestaande gebruik en eerdere bestemmingen. De door appellant gestelde schade en beperkingen waren onvoldoende aannemelijk om de bestemming te wijzigen. Ook het betoog dat het bedrijf onvoldoende mogelijkheden heeft om zich aan te passen faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 10 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de natuurbestemming in een agrarische bestemming wordt ongegrond verklaard.