ECLI:NL:RVS:2019:2358
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik na zorgvuldige toetsing psychiatrisch rapport
Appellant werd op 27 juli 2014 aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 555µg/l. Het CBR ontving een mededeling van de korpschef over vermoedelijk gebrek aan rijvaardigheid en lichamelijke of geestelijke geschiktheid, waarna appellant werd onderworpen aan een psychiatrisch onderzoek. De psychiater Van Dalen stelde op 23 oktober 2015 de diagnose alcoholmisbruik volgens de DSM-IV-TR, waarop het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde.
Appellant betwistte de diagnose en het besluit, waarna het bezwaar en beroep werden afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde op 9 mei 2018 het eerdere besluit en oordeelde dat het psychiatrisch rapport gebreken vertoonde, met name over de wijze van totstandkoming en de betrokkenheid van keuringsarts Guijt bij de anamnese en afhandeling van bezwaren.
Het CBR legde in een besluit van 20 juni 2018 een nadere onderbouwing voor, ondersteund door een gezamenlijke verklaring van Van Dalen en Guijt waarin zij het overleg en de gang van zaken bij het onderzoek uiteenzetten. De Afdeling oordeelde dat dit voldoende inzicht gaf in de zorgvuldigheid van het onderzoek en dat het rapport van Van Dalen als grondslag voor de ongeldigverklaring kon dienen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.