ECLI:NL:RVS:2019:2375
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken inhoudelijk verweer tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen
Bij besluiten van 15 mei 2019 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen en hun minderjarige kind om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 14 juni 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdelingen niet hebben toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wees het af zonder proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 11 juli 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijk verweer.