ECLI:NL:RVS:2019:2414
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitbreiding intensieve veehouderij in Oostburg
De raad van de gemeente Sluis had het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld en een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe pluimveestal en uitbreiding van de intensieve veehouderij op een agrarisch perceel te Oostburg. Dit plan voorzag in de huisvesting van in totaal 88.775 vleeskuikens in twee stallen. De Vereniging Zeeuwse Milieufederatie en Renover en anderen, waaronder een boomkwekerijhouder, verzetten zich tegen deze uitbreiding en vroegen om een voorlopige voorziening om bouwstart te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de bezwaarmakers mogelijk niet ontvankelijk zijn in hun beroep wegens het niet tijdig indienen van zienswijzen, maar ging inhoudelijk in op de milieuaspecten. De raad had het plan vastgesteld zonder een individuele passende beoordeling voor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, zich baserend op de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze PAS-beoordeling niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat het plan mogelijk in strijd is met artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming.
Gezien deze onzekerheid achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat het plan en de omgevingsvergunning niet in stand kunnen blijven. Daarom werd het bestemmingsplan en de vergunning geschorst bij wijze van voorlopige voorziening. Tevens werden de gemeente en het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van de verzoekers.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een correcte passende beoordeling bij plannen die stikstofdepositie kunnen veroorzaken en bevestigt dat verwijzing naar de PAS niet volstaat als deze niet aan de wettelijke eisen voldoet.
Uitkomst: Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning worden geschorst bij wijze van voorlopige voorziening vanwege mogelijke strijd met de Wet natuurbescherming.