ECLI:NL:RVS:2019:2423
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juni 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. Na bezwaar en een tussenuitspraak van de rechtbank werd het besluit nader gemotiveerd, maar de rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde de eerdere besluiten, waarbij zij de vergunning aan de vreemdeling toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen die uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank zou schorsen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zal blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening toe. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank voorlopig niet uit te voeren.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 17 juli 2019 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.