ECLI:NL:RVS:2019:2439
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging bij bezwaar en ingebrekestelling huurtoeslag
Appellante maakte bezwaar tegen het stopzetten van haar huurtoeslag 2017 en stelde de Belastingdienst/Toeslagen in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. De gemachtigde van appellante diende namens haar bezwaar- en ingebrekestellingen in, maar overlegde geen schriftelijke machtiging. De Belastingdienst weigerde de bezwaren in behandeling te nemen vanwege het ontbreken van een machtiging.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat de gemachtigde niet bevoegd was. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht een machtiging heeft verlangd, mede omdat het bezwaarschrift van 1 augustus 2017 prematuur was en de handtekening van appellante mogelijk vervalst was.
De Raad van State bevestigde dat zonder machtiging geen sprake is van een geldige ingebrekestelling en dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens het ontbreken van een machtiging voor de gemachtigde.