ECLI:NL:RVS:2019:2455
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- F.D. van Heijningen
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar wegens strafbare feiten militair
De zaak betreft het hoger beroep van een militair tegen het besluit van de minister van Defensie om zijn verklaring van geen bezwaar voor een vertrouwensfunctie op veiligheidsniveau B in te trekken. De intrekking volgde na hernieuwd veiligheidsonderzoek waaruit bleek dat appellant meerdere strafbare feiten had gepleegd, waaronder rijden onder invloed en doorrijden na een aanrijding zonder rijbewijs.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd en de zienswijze van de commandant onvoldoende had betrokken, waarna de minister een nadere motivering gaf. De rechtbank bevestigde vervolgens het besluit van de minister. Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de zienswijze van zijn commandant minder zwaar had gewogen dan zijn veroordelingen en dat het intrekken gebaseerd was op een geïsoleerd incident.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat er onvoldoende waarborgen zijn dat appellant zijn vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden kan vervullen. De strafbare feiten zijn ernstig, mede omdat deze zijn gepleegd tijdens een proeftijd en in strijd met de integriteit die van een militair wordt verwacht. De zienswijze van de commandant, die vooral het beroepsmatig functioneren betreft, doet hier niet aan af. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezeggingen zijn gedaan die het vertrouwen rechtvaardigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot intrekking van de verklaring van geen bezwaar wegens ernstige strafbare feiten en onvoldoende waarborgen voor de vertrouwensfunctie.