ECLI:NL:RVS:2019:2460
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens omzetten zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €18.000 op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte aan een adres in onzelfstandige woonruimten. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college het gebrek in de oorspronkelijke wettelijke grondslag van de boete mocht herstellen zonder appellant te benadelen, omdat het verwijt en de boetehoogte ongewijzigd bleven. Uit het rapport van bevindingen bleek dat meerdere personen in de woning woonden die meerdere huishoudens vormden en voorzieningen deelden, wat de omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte bevestigt.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat niet vaststaat dat artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet is overtreden en dat de boete gematigd had moeten worden. Het beroep op matiging was niet onderbouwd. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €18.000 wordt bevestigd.