Uitspraak
Datum uitspraak: 17 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 17 juli 2019 het beroep van appellant tegen het bestemmingsplan 'De Baan en Sotaweg' gegrond verklaard. Het besluit van 9 oktober 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan is vernietigd voor zover het betrekking heeft op het plandeel met de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' ter plaatse van het perceel nabij Sotaweg 51.
De Afdeling oordeelde dat de raad onvoldoende onderzoek had verricht naar de gevolgen van de verhoogde bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen (niet zijnde kassen) op de schaduwwerking op de kassen van appellant. Na een tussenuitspraak werd de raad opgedragen dit gebrek binnen 20 weken te herstellen. De raad liet een bezonningsstudie uitvoeren en motiveerde waarom het besluit niet hoefde te worden gewijzigd.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan tegen de bezonningsstudie, waaronder de onafhankelijkheid van het onderzoek, onjuiste uitgangspunten en onvoldoende rekening houden met maximale bouwmogelijkheden en de kwetsbaarheid van zijn koude kas. De Afdeling oordeelde echter dat de raad de bezonningsstudie terecht als voldoende betrouwbaar mocht beschouwen en dat de belangenafweging in redelijkheid was gemaakt. De rechtsgevolgen van het besluit werden daarom grotendeels in stand gelaten, met een veroordeling van de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is vernietigd voor het plandeel 'Agrarisch - Glastuinbouw' vanwege onvoldoende onderzoek naar schaduwhinder, maar de rechtsgevolgen blijven grotendeels in stand.