ECLI:NL:RVS:2019:2472
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Waalhaven en Eemhaven wegens onvoldoende onderzoek geluidseffecten
De raad van de gemeente Rotterdam stelde op 22 februari 2018 het bestemmingsplan 'Waalhaven en Eemhaven' vast, waarin onder meer een braakliggend perceel naast het bedrijfspand van appellante werd bestemd voor containeropslag. Appellante betoogde dat deze wijziging nadelige gevolgen zou hebben, zoals schaduwwerking, verlies van uitzicht, toename van geluidshinder en verslechtering van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad onvoldoende onderzoek had verricht naar de akoestische gevolgen van de bestemmingswijziging. Hoewel het bedrijfspand niet geluidgevoelig is, dient vanuit een goede ruimtelijke ordening de geluidsituatie te worden beoordeeld. De raad stelde dat de opslagcapaciteit niet zou toenemen, maar dit rechtvaardigde volgens de Afdeling geen gebrek aan nader onderzoek, mede omdat de containeropslag niet is beperkt.
Daarnaast wees de Afdeling erop dat de raad expliciet aandacht moet besteden aan de gevolgen voor schaduwwerking, uitzicht en zichtbaarheid, en een belangenafweging moet maken tussen de belangen van appellante en de havengerelateerde activiteiten. Ook moet de raad de verkeerssituatie herzien en beoordelen of onaanvaardbare verslechteringen kunnen worden voorkomen.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestemmingsplan werd vernietigd voor zover het betrekking heeft op het betreffende perceel. Totdat een nieuw besluit wordt genomen, geldt het oude planologisch regime uit de beheersverordening. De raad werd opgedragen het vernietigde onderdeel binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan op www.ruimtelijkeplannen.nl. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor het perceel vanwege onvoldoende onderzoek naar geluidseffecten en onvoldoende belangenafweging.