ECLI:NL:RVS:2019:2473
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- B.P.M. van Ravels
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan voor drie woningen in Oppenhuizen
De raad van de gemeente Súdwest Fryslân stelde op 14 juni 2018 het bestemmingsplan voor drie nieuwe vrijstaande woningen op een perceel in Oppenhuizen vast. Appellant A en anderen voerden beroep aan tegen dit besluit, stellende dat het plan onder meer het open landschap aantast, zonder juiste inspraak tot stand is gekomen en strijdig is met provinciaal beleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad niet verplicht was tot inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging en dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014. De stedenbouwkundige opzet werd als passend beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met de historische bebouwing en het behoud van doorzichten.
Verder concludeerde de Afdeling dat de raad terecht het gebied als bestaand stedelijk gebied kwalificeerde, waardoor geen strijd met de Ontwikkelvisie Súdwest Fryslân 2011-2021 is vastgesteld. De aantasting van uitzicht en privacy werd als niet onevenredig beoordeeld. Ook het door appellanten voorgestelde alternatief werd door de raad gemotiveerd afgewezen. Ten slotte bood het taxatierapport onvoldoende grond voor het oordeel dat het plan financieel niet uitvoerbaar zou zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan voor drie woningen in Oppenhuizen wordt ongegrond verklaard.