ECLI:NL:RVS:2019:253
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen hondenhouderij en illegale bouwwerken op perceel te Feanwâlden
Het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel legde aan [appellante] een last onder dwangsom op om zonder omgevingsvergunning geplaatste bouwwerken te verwijderen en het gebruik van het perceel voor het fokken en houden van honden te staken. De rechtbank vernietigde een deel van het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. [appellante] stelde in hoger beroep dat haar activiteiten niet in strijd zijn met het bestemmingsplan en dat de hondenkennels vergunningvrij zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de hondenhouderij en -fokkerij niet als een dienstverlenend bedrijf zijn aan te merken en daarmee niet zijn toegestaan binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden B-IV". Ook zijn de hondenkennels niet als bijbehorende bouwwerken te kwalificeren omdat zij niet functioneel verbonden zijn met het hoofdgebouw van het autobedrijf op het perceel.
Het college mocht daarom handhavend optreden tegen de overtredingen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het college verplichten af te zien van handhaving. Het beroep van [appellante] op het verbod van willekeur faalt omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn en geen verzoek tot handhaving tegen derden is ingediend.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellante] wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.