ECLI:NL:RVS:2019:2531
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwangkosten wegens onduidelijke verzenddatum
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had op 30 mei 2018 een besluit genomen om spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens onjuist aanbieden van huishoudelijk afval en legde de kosten hiervan deels bij appellant neer. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellant stelde dat het besluit niet tijdig was verzonden omdat het op het besluit geen verzenddatumstempel stond en de bijgevoegde factuur pas op 31 mei 2018 was gedateerd. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op 30 mei 2018 was verzonden, mede omdat het verzendproces handmatig verliep en geen bewijs van verzending was overgelegd.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit van 13 september 2018 vernietigd. Het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd.