ECLI:NL:RVS:2019:254
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering gemachtigde wegens misbruik van recht en afwijzing schadevergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer weigerde appellant als gemachtigde op grond van artikel 2.2 Awb vanwege vermeend misbruik van recht bij Wob- en Wbp-verzoeken. De rechtbank vernietigde dit besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van schade.
In hoger beroep betoogde het college dat appellant stelselmatig misbruik van recht maakte, onderbouwd met eerdere uitspraken en een onherroepelijk besluit. De Afdeling oordeelde echter dat het college onvoldoende concrete feiten had aangetoond die ernstige bezwaren rechtvaardigen voor weigering als gemachtigde in deze Wbp-zaak.
Appellant stelde schadevergoeding te vorderen voor gederfde inkomsten en immateriële schade. De rechtbank en de Afdeling concludeerden dat de onderliggende overeenkomsten en facturen onvoldoende bewijs boden en dat er geen oorzakelijk verband was tussen het besluit en de gestelde reputatie- en emotionele schade.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit tot weigering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.