ECLI:NL:RVS:2019:2555
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H. Troostwijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen last onder dwangsom kinderopvanglocatie
De zaak betreft een hoger beroep van De Dikkedeur Kralingen B.V. tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die haar beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had op 11 december 2017 een last onder dwangsom opgelegd aan De Dikkedeur vanwege het exploiteren van een kinderopvanglocatie aan de Jeruzalemstraat 56 te Rotterdam zonder de juiste registratie.
De Dikkedeur stelde rechtstreeks beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure trok het college de last onder dwangsom in, omdat de locatie alsnog als apart kindercentrum in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) zou worden geregistreerd. De rechtbank verklaarde het beroep daarop niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
De Dikkedeur stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk procesbelang heeft omdat de registratie in het LRKP verstrekkende administratieve en financiële gevolgen heeft. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat door de intrekking van het besluit het doel van het beroep is bereikt en dat het niet eens zijn met de motivering van de intrekking geen procesbelang oplevert.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.