ECLI:NL:RVS:2019:2556
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse afvalcontainer Monnikskaplaan 31 Arnhem
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem heeft bij besluit van 19 februari 2018 de locatie Monnikskaplaan ter hoogte van nummer 31 aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (orac). Appellant, wonend nabij deze locatie, maakte bezwaar tegen deze aanwijzing en stelde dat de locatie niet noodzakelijk is vanwege nabijheid van andere orac’s en het uitstel van Diftar, een afvalstoffenheffing met aanbiedpas. Het college wees het bezwaar ongegrond en appellant stelde beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij de behandeling vastgesteld dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat het uitstel van Diftar niet relevant is voor de noodzaak van de locatie. Het college heeft toegelicht dat de capaciteit van bestaande orac’s onvoldoende is en dat een extra locatie nodig is om de lediging maximaal drie keer per week te houden. De nabijheid van andere orac’s binnen 150 tot 250 meter leidt niet tot afzien van de aanwijzing.
Appellant voerde ook aan dat de locatie leidt tot onevenredige overlast door stank, geluid en zwerfafval, en dat de locatie niet voldoet aan de gemeentelijke plaatsingscriteria. De Afdeling oordeelde dat het college deze belangen heeft meegewogen, dat de afstand tot de woning voldoende is en dat de overlast niet zodanig is dat afzien van de locatie gerechtvaardigd is. Het betoog over zwerfafval faalt omdat handhaving hiervoor de aangewezen weg is en de gemeente maatregelen treft.
Tot slot is vastgesteld dat de feitelijke plaatsing van de container niet ter beoordeling stond in deze procedure. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van de locatie Monnikskaplaan 31 voor een ondergrondse afvalcontainer is ongegrond verklaard.