ECLI:NL:RVS:2019:2564
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H. Troostwijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college over wijziging aantal kindplaatsen kindercentrum De Dikkedeur
De zaak betreft het hoger beroep van De Dikkedeur Kralingen B.V. tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ongegrond verklaarde. Het college had bij besluit van 19 april 2017 het aantal kindplaatsen van het kindercentrum De Dikkedeur gewijzigd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP).
Dikkedeur stelde dat haar melding van 14 november 2014 slechts een mededeling was en geen verzoek om wijziging, en dat het college de wijziging onverwijld had moeten registreren. Subsidiair voerde zij aan dat het besluit van 19 april 2017 geen grondslag had omdat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een positieve beslissing van rechtswege was toegekend. Tevens maakte zij bezwaar tegen de vastgestelde afmetingen van de binnenspeelruimte, waardoor het aantal toegestane kindplaatsen was verminderd.
De Afdeling oordeelde dat de melding van 14 november 2014 terecht als een verzoek om wijziging is aangemerkt en dat het college dit verzoek op juiste gronden heeft ingewilligd. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang. De vastgestelde oppervlaktemaat van de binnenspeelruimte is slechts ter onderbouwing genoemd en niet rechtens onaantastbaar. Het beroep op een van rechtswege verleende beschikking faalt omdat dit slechts betekent dat het besluit van 19 april 2017 geen besluit in de zin van de Awb is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van De Dikkedeur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.