Uitspraak
Datum uitspraak: 25 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzieningenrechter griffier
Raad van State
Het college van Maastricht verleende op 16 april 2018 een omgevingsvergunning voor het slopen en vervangen van een woning aan de [locatie 1] te Maastricht. Verzoekers, buren van de woning, stelden dat de woning een gemeentelijk monument is en dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en het cultuurhistorisch attentiegebied. Zij maakten bezwaar tegen het besluit en voerden aan dat het bouwplan de straatwand, ritmiek, constructieve veiligheid, zonlichtinval en privacy schaadt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en schorste de vergunning. Het college wijzigde het besluit en verleende de vergunning op een andere grondslag. Verzoekers vroegen vervolgens een voorlopige voorziening bij de Raad van State om de bouw te voorkomen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college terecht aannam dat de woning geen gemeentelijk monument is, omdat het bestemmingsplan en de Erfgoedverordening niet het gehele cultuurhistorisch attentiegebied als monument aanwijzen. Ook oordeelde de rechter dat de uitbreiding aan de achterzijde de straatwand en ritmiek niet verstoort, dat het souterrain terecht niet als bouwlaag wordt gerekend, en dat de constructieve veiligheid voldoende is gewaarborgd.
Verder vond de rechter de aantasting van zonlicht en privacy gering en onvoldoende reden om de vergunning te weigeren. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De vergunningnemer maakt gebruik van de vergunning op eigen risico zolang deze niet onherroepelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.