ECLI:NL:RVS:2019:2600
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel en terugwijzing zaak
Bij besluit van 30 mei 2019 werd aan de vreemdeling een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en bij besluit van 2 juni 2019 een vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de vrijheidsontnemende maatregel op en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde over de vrijheidsontnemende maatregel, omdat daartegen geen beroep was ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het beroepschrift alleen betrekking had op de vrijheidsbeperkende maatregel en dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid was getreden door de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen en schadevergoeding toe te kennen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug om opnieuw te worden behandeld met inachtneming van de juiste grenzen van het geschil. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.