ECLI:NL:RVS:2019:2615
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- H.C.P. Venema
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering zorgtoeslag en kindgebonden budget wegens onvolledige motivering en onvoldoende onderzoek woonsituatie
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2015 voor appellante definitief vastgesteld en teveel ontvangen voorschotten teruggevorderd. Appellante woonde in 2015 met haar twee minderjarige kinderen in een opvangwoning van de Stichting Algemeen Opvangcentrum Purmerend (SAOP) en was ingeschreven op hetzelfde adres als persoon A.
De rechtbank oordeelde dat persoon A in de periode van 1 augustus tot en met 30 november 2015 de toeslagpartner van appellante was, waardoor zij geen recht had op de toeslagen als alleenstaande en de terugvordering terecht was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen toeslagpartner had, mede omdat de woning was opgedeeld in zelfstandige woonunits en de SAOP de Belastingdienst hierover had geïnformeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de Belastingdienst onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke woonsituatie en dat de besluiten niet duidelijk en onvolledig waren gemotiveerd, waardoor appellante niet kon weten dat persoon A als toeslagpartner werd aangemerkt. Ook was niet voldaan aan de voorwaarden voor het toepassen van een uitzondering op het toeslagpartnerschap. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de Belastingdienst opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering vernietigd wegens onvolledige motivering en onvoldoende onderzoek naar het toeslagpartnerschap.