ECLI:NL:RVS:2019:2616
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen partiële herziening bestemmingsplan Bosweg Lochem inzake verhoogde erfafscheiding
De raad van de gemeente Lochem stelde op 3 september 2018 het bestemmingsplan 'Partiële herziening Bosweg Lochem' vast, waarin de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen werd verhoogd van 1 meter naar 2 meter voor twee stroken grond. Appellant, wonende nabij het perceel waar de erfafscheiding verhoogd werd, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege verminderd zicht op het aangrenzende bos.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant belanghebbende is en het beroep ontvankelijk is. Diverse procedurele bezwaren van appellant, waaronder de digitale terinzagelegging, het besluit op zienswijzen, en uitnodiging voor politieke avonden, werden verworpen. Inhoudelijk werd geoordeeld dat de raad beleidsruimte heeft om de bouwhoogte te verhogen en dat de belangenafweging redelijk was, mede omdat het beeldkwaliteitsplan dit toestond.
Appellant's stelling dat het handhavingsverzoek niet goed is behandeld werd niet in behandeling genomen omdat handhaving niet via bestemmingsplanberoep kan worden afgedwongen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de partiële herziening van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.