ECLI:NL:RVS:2019:262
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen locatieplan ondergrondse restafvalcontainers in Amstelveen
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen stelde op 30 januari 2018 een locatieplan vast voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s), waaronder een container nabij de splitsing van De Hoorn en De Parel. Omwonenden, verenigd in het beroep, stelden dat de locatie ongeschikt is vanwege veiligheidsrisico’s voor spelende kinderen, geluidsoverlast, zwerfafval en verlies van uitzicht.
Het college verdedigde de locatiekeuze met verwijzing naar beleidscriteria voor doelmatige inrichting, verkeersveiligheid, beperkte omvang van de ORAC en het monitoringssysteem tegen overvolle containers. Ook wees het college op de lage verkeersintensiteit en het feit dat veel gebruikers te voet komen. De Afdeling bestuursrechtspraak vond de toelichting van het college voldoende en oordeelde dat de locatie in redelijkheid geschikt is.
Daarnaast wezen appellanten op alternatieve locaties, maar het college stelde dat die locaties ongeschikt of onwenselijk waren vanwege verkeersveiligheid, ligging voor woningen en inrichtingscriteria. De Afdeling vond dat het college ook deze afweging in redelijkheid had gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van omwonenden tegen het locatieplan voor ondergrondse restafvalcontainers is ongegrond verklaard.