ECLI:NL:RVS:2019:2631
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Borneo, Sporenburg en Rietlanden 2017 inzake woonboothoogte
Bij besluit van 18 juli 2018 stelde de raad het bestemmingsplan "Borneo, Sporenburg en Rietlanden 2017" vast, waarin een maximale hoogte van 3,5 meter voor woonboten is opgenomen. Appellant, wonend op een woonboot binnen het plangebied, stelde dat zijn woonboot circa 25 cm hoger is dan toegestaan en dat het plan hem dwingt tot ingrijpende aanpassingen die zijn leefruimte aanzienlijk beperken.
Appellant voerde aan dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom de maatvoering niet aangepast kon worden aan zijn woonboot en beriep zich op artikel 8.2a Wabo voor een rechtsgeldige ligplaatsvergunning met de feitelijke maten. De raad stelde dat de hoogte is gebaseerd op een omgevingsvergunning uit 2015 en dat een hogere woonboothoogte ongewenst is vanwege zichtlijnen en precedentwerking. Ook bood de raad appellant de mogelijkheid tot verplaatsing naar een andere ligplaats.
De Afdeling oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat woonboten hoger dan 3,5 meter niet kunnen worden toegestaan. De gedoogbeslissing kon niet worden gelijkgesteld met een vergunning in de zin van artikel 8.2a Wabo. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de raad verwachtingen had gewekt over opname van zijn woonboothoogte in het plan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en de maximale woonboothoogte van 3,5 meter blijft gehandhaafd.