ECLI:NL:RVS:2019:2649
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- R. Uylenburg
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit DNB over weigering vervanging beschadigde eurobankbiljetten
Op 6 november 2015 werd het bedrijfspand van appellant getroffen door brand, waarbij naar zijn zeggen vierhonderd beschadigde eurobankbiljetten van 500 euro verloren gingen. Appellant verzocht DNB om vervanging, maar DNB wees dit verzoek af omdat de overgelegde restanten onvoldoende echtheidskenmerken bevatten.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak vast dat het eerdere besluit van DNB onvoldoende was gemotiveerd en gaf opdracht tot herstel. DNB voerde een nieuw onderzoek uit op geselecteerde fragmenten van de restanten, waarbij visuele en UV-kenmerken werden vastgesteld, maar het onderzoek kon geen uitsluitsel geven over de echtheid vanwege de zware beschadiging.
Appellant voerde aan dat niet alle restanten waren onderzocht en dat DNB onvoldoende had gemotiveerd waarom de bevindingen niet tot vervanging leidden. De Afdeling oordeelde dat de selectie van fragmenten redelijk was en dat DNB terecht het verzoek afwees omdat de echtheidskenmerken niet doorslaggevend waren. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling DNB tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant, inclusief kosten voor deskundigenrapporten en reiskosten. De uitspraak vernietigt het eerdere besluit van 31 oktober 2016 en bevestigt het nieuwe besluit van 1 november 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van DNB wordt ongegrond verklaard, waarbij het eerdere besluit wordt vernietigd en DNB wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.