ECLI:NL:RVS:2019:2686

Raad van State

Datum uitspraak
6 augustus 2019
Publicatiedatum
6 augustus 2019
Zaaknummer
201808040/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugverwijzing van zaak over afwijzing verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 3 januari 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 6 september 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure werd de behandeling van de zaak aangehouden vanwege een verzoek om een prejudiciële beslissing bij het Hof van Justitie, dat later werd ingetrokken. Ook werden nieuwe asielmotieven voor het eerst in beroep aangevoerd, waarop de Afdeling de behandeling opnieuw aanhield in afwachting van een uitspraak.

Na het sluiten van het onderzoek heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de zaak moet worden terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Dit vonnis is uitgesproken op 6 augustus 2019 door de enkelvoudige kamer van de Raad van State.

Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.

Uitspraak

201808040/1/V2. Datum uitspraak: 6 augustus 2019
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 6 september 2018 in zaak nr. NL18.179 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 6 september 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.C. Soetens, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.
Naar aanleiding van de verwijzingsuitspraak van 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2669, heeft de Afdeling partijen bericht dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie.
Na de intrekking van haar verzoek om een prejudiciële beslissing heeft de Afdeling partijen bericht dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden in afwachting van haar uitspraak over voor het eerst in beroep aangevoerde asielmotieven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug;
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.M.J. den Houdijker, griffier.
w.g. Wissels    w.g. Den Houdijker lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2019
837.