ECLI:NL:RVS:2019:2705
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bestemmingsplan wegens illegale paddock op landbouwperceel
Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar heeft appellant verplicht de illegale paddock op zijn perceel te verwijderen, omdat deze in strijd is met het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2014'. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze handhaving, stellende onder meer dat de omheining noodzakelijk is voor de bescherming van het vee tegen milieuvervuiling en dat de handhaving onevenredig zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat het feit dat de paddock bescherming biedt tegen verontreinigd water geen bijzondere omstandigheid vormt om af te zien van handhaving. Ook het tijdsverloop dat de paddock aanwezig is, en de vermeende milieuovertredingen elders op het perceel, rechtvaardigen geen afzien van handhaving.
De Afdeling benadrukte dat handhaving in beginsel moet plaatsvinden bij overtreding van een bestemmingsplan, tenzij bijzondere omstandigheden of disproportionaliteit dit verhinderen. In deze zaak waren die omstandigheden niet aanwezig. Het college heeft toegezegd dat dwangsommen die binnen 14 dagen na verzending van de uitspraak verbeurd raken, niet worden geïnd, zodat appellant nog tijd heeft om de paddock te verwijderen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.