ECLI:NL:RVS:2019:271
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen voor werk zonder vergunning
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete van €48.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat twee Chinese vreemdelingen arbeid verrichtten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €16.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de werkzaamheden van de vreemdelingen niet onder de vrijstellingen van het Besluit uitvoering Wav vielen. De feitelijke werkzaamheden van de eerste vreemdeling bestonden uit het verzamelen van data en niet uit montage of reparatie, terwijl de tweede vreemdeling commerciële taken verrichtte die niet onder de vrijstelling vielen. Het beroep op vrijstelling faalde daarom.
Verder werd geoordeeld dat de boete passend was. Het enkele feit dat [appellante] vooraf advies had ingewonnen bij een advocatenkantoor en dat de doelstellingen van de Wav niet zouden zijn geschonden, bood geen grond voor matiging. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de boete van €16.000.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vereiste vergunningen.