ECLI:NL:RVS:2019:2724
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening en voorlopige voorziening inzake intrekking omgevingsvergunning bouwproject Rotterdam
Het geschil betreft een bouwproject aan de Leendert Butterstraat te Rotterdam waarvoor het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning heeft verleend aan Nederlandse Bouwunie. Het project omvat de bouw van 54 woningen en de aanleg van 114 parkeerplaatsen, inclusief een parkeerkelder, en twee ruimtes voor een trafo en stadsverwarming. Omwonenden, waaronder appellant en anderen, maakten bezwaar tegen het besluit vanwege vrees voor verslechtering van het woon- en leefklimaat. Na afwijzing van bezwaar en beroep heeft het college op verzoek van Nederlandse Bouwunie een gedeeltelijke intrekking van de vergunning besloten, specifiek voor de trafo en stadsverwarming.
Appellant en anderen voerden aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte direct uitspraak deed terwijl het intrekkingsbesluit nog niet was gepubliceerd en derden nog rechtsmiddelen konden aanwenden. Zij verzochten om herziening van de uitspraak van 5 juli 2019 en om een voorlopige voorziening om de bouw te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het intrekkingsbesluit op 14 juni 2019 in werking trad en dat de omstandigheden voor herziening niet waren vervuld. Tevens werd geoordeeld dat de gronden tegen het intrekkingsbesluit reeds in de eerdere uitspraak waren betrokken.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek tot herziening niet voldeed aan de wettelijke criteria van artikel 8:119 Awb Pro en dat een nader onderzoek niet noodzakelijk was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat de intrekking van het deel van de vergunning rechtmatig is en dat de procedure correct is gevolgd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.