ECLI:NL:RVS:2019:2730
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 14 april 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juli 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom is het hoger beroep kennelijk ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen aanleiding is om de uitspraak van de rechtbank te schorsen of te wijzigen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier E.R. Fernandez, op 9 augustus 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.