ECLI:NL:RVS:2019:2733
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering openbare orde
De vreemdeling, met Armeense nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die de staatssecretaris op 15 februari 2017 introk met terugwerkende kracht tot 26 augustus 2012 vanwege strafbare feiten die hij had gepleegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat het Unierechtelijke openbare ordecriterium had moeten worden toegepast bij de intrekking, hetgeen de rechtbank had afgewezen omdat de vergunning was verleend op basis van nationaal recht. De Raad van State bevestigde dat het Unierechtelijke criterium niet van toepassing was.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met zijn lange verblijf in Nederland sinds 2000 en zijn positieve gedragsontwikkeling, waaronder het zoeken van hulp bij verslaving en psychische problemen. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de ernst van de strafbare feiten zwaarder woog dan de duur van het verblijf en de bijzondere omstandigheden.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.