ECLI:NL:RVS:2019:2762
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 1 juli 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 juli 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de behandeling bleek dat het hogerberoepschrift geen gronden bevatte, waardoor het hoger beroep niet in behandeling kon worden genomen.
De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 85, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 het niet mogelijk is om na de termijn alsnog gronden aan te voeren. Daarom werd het hoger beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.