ECLI:NL:RVS:2019:2779
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake inschrijving schepen in Register loodsplicht kleine zeeschepen
De havenmeester van Rotterdam heeft op 21 februari 2018 de aanvragen van Arklow Shipping Nederland B.V. voor inschrijving van 32 schepen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen afgewezen. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit vernietigde en hernieuwde besluitvorming beval, heeft de havenmeester hoger beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening gedaan om niet opnieuw te hoeven beslissen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en dat het beoordelingskader niet beperkt is tot één onderdeel van het Loodsplichtbesluit. De inschrijving van de schepen kan bovendien ongedaan worden gemaakt indien het hoger beroep wordt toegewezen. De havenmeester heeft onvoldoende concreet gemaakt dat inschrijving een reëel veiligheidsrisico vormt en er is geen sprake van onverwijlde spoed.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelt de havenmeester tot vergoeding van proceskosten aan Arklow. De zaak betreft complexe bestuursrechtelijke toetsing van scheepvaartregelgeving en de toepassing van het Loodsplichtbesluit en beleidsregels, waarbij de rechtbank eerder bepaalde onderdelen van het besluit en beleidsregel onverbindend heeft verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming en de mogelijkheid tot herroeping van inschrijving in het Register tijdens de procedure, waardoor voorlopige maatregelen niet gerechtvaardigd zijn. De havenmeester moet het bezwaar van Arklow opnieuw behandelen met inachtneming van de rechtbankuitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de havenmeester wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.