ECLI:NL:RVS:2019:2792
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-behandeling asielaanvragen en afwijzing beroepen vreemdelingen
Bij besluiten van 15 april 2019 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten gegrond en vernietigde de besluiten, met de opdracht aan de staatssecretaris om nieuwe besluiten te nemen.
De minister van Justitie en Veiligheid stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad toetste de besluiten van 15 april 2019 aan de ingebrachte beroepsgronden.
De vreemdelingen voerden aan dat zij in Italië geen adequate medische en psychische zorg zouden ontvangen. De Raad stelde vast dat hoewel de vrouw psychische klachten heeft en de man nierstenen, uit de overgelegde stukken niet blijkt dat deze zorg in Italië niet beschikbaar is. De staatssecretaris had daarom terecht geoordeeld dat geen aanvullende garanties nodig zijn.
De Raad verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 juli 2019 door voorzieningenrechter J.Th. Drop.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.