ECLI:NL:RVS:2019:2831
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor splitsing woning in vier appartementen wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het inpandig veranderen van een eengezinswoning tot vier appartementen. Na bezwaar van een bewonersorganisatie werd deze vergunning herroepen en geweigerd omdat het bovenste appartement gelegen zou zijn in een kap, wat strijdig is met het bestemmingsplan dat vereist dat een woning minimaal een bouwlaag beslaat.
De rechtbank bevestigde deze weigering en stelde dat de buitenhellingshoek van de dakconstructie bepalend is voor de vraag of sprake is van een kap. De appellant voerde aan dat de gemiddelde hellingshoek van binnen- en buitenzijde bepalend zou moeten zijn, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen.
De Afdeling oordeelde dat het college binnen zijn beleidsruimte handelde door de vergunning te weigeren, mede vanwege het belang van het behoud van grote zelfstandige woningen en het voorkomen van precedentwerking. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de genoemde vergelijkbare gevallen niet gelijkwaardig waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning wegens strijd met het bestemmingsplan.