ECLI:NL:RVS:2019:284
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
De staatssecretaris heeft op 29 maart 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 december 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om niet-uitzetting in afwachting van het hoger beroep toewijsbaar is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €512 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan op 30 januari 2019 door voorzieningenrechter A.B.M. Hent.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.