ECLI:NL:RVS:2019:2855
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen uitspraak vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 3 juli 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juli 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
Op grond hiervan oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het niet voldoet aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris hoeft daarom geen proceskosten te vergoeden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.