ECLI:NL:RVS:2019:2856
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard in zaak inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 28 mei 2019 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd.
De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak van 11 juni 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt gemotiveerd; de vreemdeling legt niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris is niet gehouden proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer op 23 augustus 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.